Renate aan het woord

Julia de BruinInstagram, Interview

De Tamarinde is een collectief van (hbo en wo) studenten die zich tijdens hun studie hebben verenigd om praktijkervaring op te doen. Deze studenten hebben met hun afwisselende studies ook verschillende expertises te bieden. Zo is er voor iedere opdracht wel een student te vinden en kunnen opdrachtgever en student elkaar via De Tamarinde ontmoeten. In dit interview vertelt Renate over haar ervaringen. 

Renate heeft een bachelor Psychologie afgerond en is nu bezig met haar master Klinische Ontwikkelingspsychologie. Ze kwam bij De Tamarinde terecht, omdat ze een bijbaan zocht die aansloot bij haar studie. “Het was best lastig om een baan te vinden in het werkveld, vaak wordt er om ervaring gevraagd en dat had ik nog niet. De Tamarinde biedt juist de mogelijkheid om die ervaring op te doen. Het is daardoor laagdrempelig, maar je wordt door trainingen ook ondersteund om steeds beter te worden in wat je doet”

“Ik ben sinds april 2019 werkzaam bij Nifterlake, een kinderdienstencentrum voor kinderen die ernstig meervoudig beperkt zijn. Ik begon als invaller en draaide diensten van een halve dag op groepen met kinderen tot 18 jaar. Mijn werkzaamheden bestaan uit de kinderen verzorgen, maar ook uit het doen van spellen, knutselen, piano spelen, gymmen en zwemmen met de kinderen. De verzorging wordt afgewisseld met veel verschillende activiteiten tussendoor, dat maakt dat geen dag hetzelfde is”

“In het begin moest ik erg wennen aan het leveren van zorg, omdat ik nooit heb gedacht dat ik zorg leuk zou vinden. Ik ben van mening dat je iets eerst moet proberen en dan pas kan zeggen of het iets is voor jou, dus daarom ben ik de uitdaging wel aangegaan. In het begin was het zeker pittig. Zo leerde ik omgaan met kinderen met epilepsie en heftige lichamelijke problemen. Ik vond het heel spannend en het was allemaal nieuw voor mij. Ik kende niemand met zo’n zware beperking. Hoe communiceer je bijvoorbeeld met een kind dat niet kan praten? Ik had geen idee. Door collega’s te volgen en open te staan om veel te leren, ging ik vanzelf vooruit. De collega’s ondersteunden me enorm. Er werd direct gezegd dat ik het rustig aan moest doen, gewoon proberen, ervaren, en dat als het niet zou lukken, dat ook niet erg was. Het is fijn dat er de mogelijkheid was om te praten over dingen waar ik tegenaan liep” 

“Na heel wat maanden invaller te zijn geweest, werd er gevraagd of ik iemand tijdelijk wilde vervangen. Toen ben ik vast op een groep gaan werken. Ik begon met paar uur per week werken, nu werk ik meerdere dagen per week en ben ik persoonlijk begeleider. Als persoonlijk begeleider ben je naast de werkzaamheden op de groep ook bezig met administratieve taken, rapporteren, medicatieoverzichten actueel houden, contact onderhouden met ouders en therapeuten. Deze aspecten van het werk sluiten nog beter aan bij mijn studie en ik zie dit echt als een kans om daarin te groeien, voordat ik daadwerkelijk aan het werk ga”

“Door dit werk heb ik echt een passie ontdekt. Ik kan zo genieten van de kinderen. Natuurlijk is niet de hele dag door alles leuk, maar ik merk dat het werk me echt energie geeft. Dat zit ‘m vooral in de kleine dingetjes: een kind zet heel kleine stappen vooruit, de woordenschat neemt toe of een kind snapt ineens hoe iets werkt. De kinderen waar ik mee werk zijn echt beperkt en de vooruitgangen zijn heel klein, maar toch zijn er wel vooruitgangen te zien. Zo is er een meisje dat goed kan praten, maar haar woorden zijn loos het wordt nooit een lopend verhaal. Je kan haar iets vragen, maar het antwoord sluit daar niet op aan. De laatste tijd gaat dat beter, ze kan soms inhoudelijk antwoorden op vragen. Zo vroeg ik haar laatst iets over een jongetje dat naast haar zat. Ik vroeg haar wat hij aan het doen was en het lukte haar om inhoudelijk te antwoorden. Dat gun je zo’n kind heel erg, dat ze iets begrijpt. Een kind met een ernstige beperking gaat niet bereiken wat jij en ik bereiken, maar dat hoeft ook niet. Ik zoek met collega’s naar hoe we de kinderen kunnen helpen. Ieder kind is dat waard, het heeft bestaansrecht en net zo veel recht op ontwikkeling als jij en ik”