Zelfdoding – College

Julia de BruinInstagram, Kennis, Zelfdoding

Hoe te handelen bij suïcidaliteit?

Onder jongeren zijn verkeersongelukken, moord en zelfdoding de meest voorkomende doodsoorzaken. Terwijl verkeersongelukken en moord veel aandacht krijgen in media en hulpverlening, krijgt zelfdoding die aandacht in mindere mate. Door media wordt in artikelen over zelfdoding vrijwel altijd gesproken van zelfmoord. Moord is een misdaad en bij zelfmoord pleegt iemand dus een strafbare misdaad tegenover zichzelf. Waar komt die term vandaan?

In zijn college over Zelfdoding benoemt Diekstra dat zelfmoord de vrucht is van de opvattingen uit vroegere tijd. Als je zelfmoord pleegt, pleeg je namelijk een dubbele moord: je vermoordt je lichaam en je ziel. Het zelfstandig naamwoord ‘zelfmoord’ wordt als crimineel ervaren, maar ook de werkwoorden daar omheen klinken crimineel: je pleegt zelfmoord. Die terminologie is niet humaan en brengt onnodig leed toe aan de nabestaanden. Om die reden geeft Diekstra de voorkeur aan de term zelfdoding.

In literatuur wordt omschreven dat de meeste zelfdodingen impulsieve acties zijn. Tot op zekere hoogte lijkt dit ook zo. Wanneer je het proces van tevoren bekijkt, zie je dat impulsiviteit een heel bijzonder karakter heeft: het komt zelden voor dat iemand besluit een einde aan het leven te maken zonder dat er al een plan aanwezig is. Soms is een impulsmoment nodig om de actie daadwerkelijk in te zetten. Toch komt zelfdoding komt in ongeveer 80% van de gevallen niet onverwachts. In het jaar voordat mensen toekomen aan een zelfdoding, nemen zij vaak contact op met mensen om zich heen. Veel mensen uit de omgeving denken dat ze beter niet door kunnen vragen naar suïcidale gedachten, omdat dat ertoe zou leiden dat er nieuwe ideeën ontstaan. Diekstra weerlegt dit: er is uit studies gebleken dat er geen toename van zelfdoding is wanneer mensen vragen naar gedachten, plannen of mogelijke pogingen. Door te vragen naar suïcidale gedachten, kun je iemand zelfs helpen om op andere gedachten te komen. Diekstra biedt ook tips om praten over zelfdoding makkelijker te maken:

Heb je een vermoeden dat er mogelijk suïcidale gedachten zijn? 

Stap 1: Vraag ernaar.
Stap 2: Bouw een veiligheidscordon om de vragen heen. Schakel daarbij iedereen in die hierbij wil helpen en in staat is in te investeren. 
Stap 3: Exploreer of het nieuwe gedachten of het chronische gedachten zijn. 
Stap 4: Ga na of hij deze gedachten kan beheersen. 
Stap 5: Ken jouw verwijzingsmogelijkheden wanneer je merkt dat er extra hulp nodig is. Zorg hierbij voor een warme overdracht. 


De juiste vragen om te stellen bij een mogelijk vermoeden van suïcidale gedachten zijn:

“Zijn er momenten dat je het echt niet meer ziet zitten?”

“Heb je wel eens gedachten als ‘Ik kap ermee, met alles’?”

“Heb je wel eens de gedachte ‘Ik maak er een eind aan’?”

“Heb je het wel eens geprobeerd?”

“Hoe dicht zit je daar nu tegenaan? Waardoor komt dat met name denk je?”

Vraag daarbij ook naar verwachtingen van de dood. Motivaties voor zelfdoding kunnen hereniging met dierbare zijn, anderen schade toebrengen, leed veroorzaken of het voorkomen van straf. Vraag naar het plan dat de persoon mogelijk heeft. Heeft diegene daar middelen voor of zijn die middelen toegankelijk? Hoe dodelijk is het plan objectief gezien? Hoe waarschijnlijk is het dat er op tijd hulp komt? Zijn er voorbereidingen getroffen? Een afscheidsbrief is bijvoorbeeld een duidelijke indicatie van de serieusheid van de plannen. Vraag naar zelfbeschadigingen: dit zijn symptomen die kunnen wijzen op een latere zelfdoding. Vraag ook naar voorbeelden in de nabije omgeving. Mensen die een zelfdoding in de directe omgeving hebben meegemaakt, hebben zelf een verhoogd risico om die soortgelijke keuze te maken. Dit heeft geen genetische oorzaak, maar deze cultuur binnen families wordt eerder gezien als een probleemoplossingspatroon.

Op het moment dat je met iemand heel diep duikt waarom en hoe hij er mee bezig is, dan neemt de waarschijnlijkheid toe dat hij/zij de weg naar het leven weer terugvindt.

Terugkomend op het punt dat mensen die een zelfdoding in hun omgeving meemaken een hoger risico hebben om een gelijksoortige keuze te maken. Dit betekent dat de nazorg na een zelfdoding in de omgeving extra belangrijk wordt. Maar dit betekent ook dat het zien van de keuze van onbekende mensen ertoe kan leiden dat mensen die in een lastige periode van hun leven, deze oplossing kunnen zien als hun uitweg. Denk bijvoorbeeld aan de serie ‘13 reasons why’, waarin een meisje zelfmoord heeft gepleegd en tapes rondstuurt als verklaring. 

Om mensen tegen zichzelf te beschermen met betrekking tot een neiging tot zelfdoding zul je mensen twee dingen moeten leren: 

Hun gedachten
1. Waarnemen
2. Leren sturen

Dit is maar op één manier mogelijk; door deze gedachten uit te spreken en terug te roepen. Op het moment dat de persoon de gedachten kan uitspreken of opschrijven (bijv. in afscheidsbrief) dan kun je de gedachten relativeren. Zolang de gedachten niet uitgesproken worden, kun je deze ook niet relativeren. 

Hoe kom je zover dat iemand zijn gedachten uitspreekt? Je moet iemand tegenover je hebben die het probeert en die niet bang is om de gedachte uit te spreken. Bang om iets te vertellen is helaas vaak een reactie waarom het nooit eerder is gezegd. Dan zijn ze bang voor een opname of dat de ander iemand gaat inschakelen. Als iemand het uitspreekt, dan is het van groot belang dat deze woorden ontvangen en bij diegene teruggelegd worden. 

Zit iemand er dicht tegenaan: dan kun je iemand doorverwijzen. Als je iemand doorverwijst, zorg er dan voor dat het een warme verwijzing is. Stuur iemand nooit zomaar naar iemand toe. Ga met hem mee. Zorg ervoor dat het helder wordt wat er gaande is en dat de nieuwe hulp hem adequaat kan helpen. Als het een koude verwijzing is, dan ondermijn je het systeem van de zorg en het vertrouwen in een goede afloop.

Hulp nodig?
Neem contact op met Stichting 113 Zelfmoordpreventie via 0900 0113 (24/7 bereikbaar) en 113.nl